full screen background image

Experten in de Verwerking van UltraHoogPerformante Polymeren, van Productie tot Eindafwerking.

普通话

FAQs

Torlon - Machinaal Bewerken

Wat je moet weten...

• Torlon vormstukken zijn sterker en stijver dan de meeste kunststoffen, maar aanzienlijk zachter dan de meeste metalen, wat betekent dat het vastzetten kritisch is.

• Alle Torlon grades zijn tijdens het bewerken abrasiever dan zachtere plastics, zoals nylon en acetal. Dit geldt vooral voor de vezelversterkte grades zoals 5030 en 7130. Hardmetalen gereedschappen kunnen voor kleine reeksen worden gebruikt. De geometrie van het werkstuk, de toleranties en de kwaliteit zijn ook van invloed op de keuze van het gereedschap. Polykristallijne (PCD) gereedschappen moeten altijd worden gebruikt voor lange reeksen, voor werkstukken met enge toleranties en voor vezelversterkte grades.

• Torlon heeft een lagere uitzettingscoëfficiënt dan vele andere kunststoffen. Overmatig wrijven van het gereedschap tijdens het bewerken kan materiaal doen uitzetten dat lijkt op plaatselijke porositeit. Diepe gaten boren zonder voldoende koelvloeistof kan leiden tot scheurvorming.

• Alle geëxtrudeerde Torlon vormstukken hebben een uitgeharde buitenlaag. Deze laag is 0,25 - 0,50 mm dik. Ze is harder dan het materiaal binnenin, en zij kan er worden af gefreesd of mag blijven zitten. Het biedt wel de beste slijtvastheid en chemische weerstand.

• Bij het bewerken van Torlon mag koelvloeistof worden gebruikt. Zowel in water oplosbare koelvloeistoffen als koelvloeistoffen op petroleumbasis kunnen worden gebruikt, hoewel in water oplosbare stoffen worden aanbevolen. Koelvloeistoffen die amine-inhibitoren bevatten, moeten worden vermeden. Een juist gebruik van koelmiddelen verlengt de levensduur van het gereedschap en verbetert de oppervlakteafwerking. Lucht, bij voorkeur uit een koude lucht-pistool, kan ook worden gebruikt voor kleine onderdelen, ook voor onderdelen die moeilijk schoon te maken zijn.

• Bewerkte Torlon onderdelen kunnen na machinale bewerking worden uitgehard indien maximale slijtvastheid en chemische bestendigheid vereist is. Neem contact op met Drake voordat u bestelt als een nabehandeling is gepland.

Draaien

• Positieve geometrieën met geslepen randen worden aanbevolen voor inzetstukken. Fijnkorrelige C-2 hardmetalen of PCD snijplaten zijn het beste.

• 360° spankopdruk wordt aanbevolen om vervorming te voorkomen. Bij het draaien van dunwandige buisvormen moeten taartklauwen of zachte spanklauwen worden gebruikt.

• Inwendige pluggen moeten worden gebruikt om te voorkomen dat dunwandige delen worden samengedrukt en vervormd.

Boren

• Boren met een lage spiraalhoek en koelvloeistof zijn het beste voor gaten met een diameter van minder dan 25 mm. Pikboren wordt aanbevolen voor het verwijderen van spanen.

• Gaten met een grotere diameter kunnen het best in twee stappen worden geboord: een voorgeboord gat (max. 12 mm diameter) en een boring tot de einddiameter.

Draadsnijden

• Voor draadsnijden moeten éénpuntssnijtappen met koelvloeistof worden gebruikt. Twee geribbelde, gecoate tappen worden voorgesteld voor schroefgaten. Het tappen moet met koelvloeistof gebeuren.

Frezen

• De bevestiging van de werkstukken is van cruciaal belang bij het frezen, aangezien hoge spindelsnelheden en snelle verplaatsingen de voorkeur verdienen om wrijvingswarmteopbouw en het uittrekken van materiaal tot een minimum te beperken. Frezen moeten met een positieve geometrie worden ontworpen. Klopfrezen wordt aanbevolen boven conventioneel frezen omdat het een betere spaanafvoer, lagere gereedschapsslijtage en betere oppervlakteafwerking geeft. Indien mogelijk moeten frezen met 4 snijkanten worden gebruikt. Over het algemeen moeten de freesstappen beperkt worden tot 25% van de diameter en de snijdiepte tot 50% van de diameter om een optimale oppervlakteafwerking te verkrijgen.

Zagen

Lintzagen is de aangewezen methode om Torlon vormstukken te zagen. Het kan gebruikt worden voor zowel rechte als geronde sneden van plaat, naast staaf en buis. De zaagbladen moeten worden gekozen op basis van materiaaldikte en precisie en moeten voldoende speling hebben om de warmteontwikkeling te minimaliseren. Drievoudige spaanbladen met 1-1,4 tanden per cm worden aanbevolen. Wij hebben goede resultaten met bladen van 0,9 mm dik x 25 mm breed. Over het algemeen werkt een lager aantal tanden beter dan watvoor metalen nodig is om de warmteontwikkeling te beperken. Wij stellen 12 tanden per 100 mm voor bij een lintzaagsnelheid van 12,5 mm per seconde als beginpunt. Koelvloeistof (vloeistof en of lucht) moet worden gebruikt.

Tafelzagen Tafelzagen kunnen worden gebruikt, maar voorzichtigheid is geboden om de veiligheid te garanderen. Restspanningen in vormstukken kunnen ertoe leiden dat het materiaal tegen het zaagblad aan komt te liggen. Bij gebruik van een tafelzaag zijn partiële zaagsneden in de dikte het beste. Rip- en combinatiezaagbladen met hardmetalen punten worden aanbevolen. Wij raden aan minder tanden per cm te gebruiken dan voor metaal of hout. Met een combinatiezaagblad met 60 tanden en een diameter van 300 mm zou u platen tot 12,5 mm dikte soepel moeten kunnen zagen.

Hakzagen en radiaalzagen mogen worden gebruikt, maar de veiligheid moet gegarandeerd zijn. Overblijvende spanning in de stukken kan ervoor zorgen dat het materiaal dicht tegen het zaagblad komt te liggen. Bij gebruik van een afkortzaag zijn herhaalde deelzagen nodig om de warmteontwikkeling te minimaliseren bij het zagen van doorsneden van meer dan 50 mm. Rip- en combinatiezaagbladen met hardmetalen punten worden aanbevolen. Wij raden aan minder tanden per lengfte te gebruiken dan voor metaal of hout. Met een combinatiezaagblad met 60 tanden en een diameter van 300 mm zou u vlot moeten kunnen zagen.